Wat is normaal?

Normaal gesproken zou ik ten tijde van het schrijven van deze column vol (wedstrijd)spanning zitten, omdat de eerste KPN Cup voor de deur zou staan.
‘Normaal gesproken’ en ‘voor de deur zou staan’, 2 korte zinnetjes die de laatste maanden talloze malen zijn uitgesproken.

Wat is ook alweer normaal?
Ik zal het eerlijk toegeven, vorig jaar maakte ik er, aan de Weissensee, nog geintjes over met mijn ploeggenootjes: corona. HET woord van 2020, misschien ook van 2021, wie weet nog veel langer. Er wordt geschiedenis geschreven, maar niet op een positieve manier.
Het leek toen nog zo onbenullig, wie had kunnen verwachten wat de impact zou zijn? Ik niet in ieder geval.

We maakten onze wedstrijdkalender zonder problemen af, vierden feest in Leeuwarden na de laatste koers en concludeerden dat we geluk hadden gehad, er waren immers geen marathons gecanceled.
Hoe anders is dit nu….

De voorbereidingen deze zomer liepen wat anders dan normaal. We trainden natuurlijk veel individueel en de (voor mij) gebruikelijke MTB en skeelerwedstrijden gingen grotendeels niet door. Ten einde van de zomer leek het bijna weer ‘normaal’. We mochten ons nummer weer, spreekwoordelijk, opspelden. Natuurlijk waren er wat beperkingen, maar klagen deden we zeker niet. Niet voor niks ben ik wedstrijdsporter: racen met en tegen anderen, dat vind ik het mooiste wat er is.

Hoe het verder ging weet u allemaal… Ik had het natuurlijk al een beetje zien aankomen, maar je houdt toch gewoon hoop. IJdele hoop, maar het is er wel. Op 13 oktober ging de kogel door de kerk: geen competities meer. Waar ik normaal gesproken heel onzeker ben voor de 1e wedstrijd vraag ik me nu vooral af: wanneer mogen we ‘los’, mogen we überhaupt met elkaar de baan in? Waar train ik momenteel voor?
Eigenlijk is dat laatste trouwens niet anders dan andere jaren, want elk jaar train ik me het leplazarus voor een tocht waarvan de kans klein is dat hij georganiseerd wordt. Ik ben dus wel een beetje gewend aan een fictief doel, dat scheelt.

Als topsporter doe en laat je een heleboel je passie. Dat is niet altijd makkelijk, maar wel een keus die je maakt. Natuurlijk wil ik dolgraag laten zien hoe goed ik er, voor mijn gevoel, voorsta, maar aan de andere kant moeten we ook bij onszelf te rade gaan: gaat mijn passie de economie redden?
Hoe graag ik het ook zou willen, ik weet vrij zeker dat het niet het geval is en dus heb ik er begrip voor, voor deze maatregelen. We zetten een pas op de plaats, zodat anderen letterlijk en figuurlijk kunnen overleven.
Samen moeten we er wat van maken en samen, het woord wat al zo vaak in de mond genomen is door onze ministers, moeten we ervoor zorgen dat het virus onder controle komt en blijft.
Voor onszelf, voor de wedstrijden en competities, maar vooral ook voor de kwetsbaren in de samenleving. Of het nu gaat om de ouderen, de chronisch zieken of lokale ondernemers.
In dat laatste geval kan ik de koffie van Sandro (van de Stads Koffiebranderij) trouwens van harte aanbevelen.

Hopelijk kunnen we snel weer overgaan op de wedstrijdspanning en elkaar blijven zien op en langs de baan!

Britt